| DE MISVATTING VAN DE EVOLUTIE
INLEIDING
We hebben een aantal wonderen van het Boek van Allah besproken, het Boek
dat Hij als leiding en waarschuwing naar de mensheid heeft gestuurd. Met
deze wonderen heeft Allah ons vele tekenen, dat de Qoer'aan het Boek van
de Waarheid is, gegeven en Hij nodigde de mensen uit om erover na te denken.
En van de belangrijkste onderwerpen waar Allah in de Qoer'aan naar verwijst,
is de erkentelijkheid van de mens voor de talloze tekenen van de schepping
op de aarde en de waardering van de mensen voor Zijn macht, door deze
te gedenken. Tegenwoordig zijn er echter verschillende ideologien die
de mensen het Feit van de Schepping willen doen vergeten en zij trachten
hen door ongegronde ideen, te scheiden van hun religie.
De meest kenmerkende van deze ideologien is het materialisme.
Het Darwinisme, d.w.z. de evolutietheorie, is de belangrijkste theorie
die door het materialisme, vanwege zijn zogenaamde wetenschappelijke basis
voor zijn eigen doeleinden, wordt geaccepteerd. Deze theorie, die beweert
dat het leven door toeval, uit anorganisch materiaal is ontstaan, is feitelijk
ten ondergegaan toen werd bevestigd dat het universum door Allah geschapen
is.
Het is Allah Die het universum geschapen heeft en Die het tot in het
kleinste detail ontworpen heeft. Daarom is het onmogelijk dat de evolutietheorie,
die beweert dat levende wezens niet door Allah geschapen zijn maar het
product zijn van toevallige gebeurtenissen, waar is.
Het is dan ook niet verbazend, dat als we naar de evolutietheorie kijken,
deze door de wetenschappelijke bevindingen wordt weerlegd. Het ontwerp
van het leven is buitengewoon ingewikkeld en iets dat sensationeel is.
In de anorganische wereld kunnen we bijvoorbeeld onderzoeken hoe gevoelig
het evenwicht is, waarvan de atomen afhankelijk zijn. Verder kunnen we
in de organische wereld zien in wat voor een ingewikkelde ontwerpen deze
atomen bij elkaar worden gebracht, en welke buitengewone mechanismen en
structuren er zijn, zoals protenen, enzymen en cellen, die te samen met
de atomen gemaakt zijn. Dit buitengewone ontwerp in het leven, ontzenuwde,
aan het einde van de 20ste eeuw, het Darwinisme. We hebben
dit onderwerp zeer uitvoerig in sommige van onze andere boeken besproken
en zullen dit blijven doen. Maar we denken dat, gezien het belang ervan,
het nodig is om ook in dit boek een korte samenvatting te geven.
De wetenschappelijke ondergang van het Darwinisme
Hoewel de doctrine helemaal
tot de oude Grieken teruggaat, boekte de evolutietheorie pas in de 19de
eeuw, op grote schaal winst. De belangrijkste ontwikkeling die er voor
zorgde dat de theorie het topic van de wetenschappelijke wereld werd,
was het boek van Charles Darwin 'The Origin of Species', uitgegeven
in 1859. In dit boek ontkende Darwin dat de verschillende levende soorten
op aarde afzonderlijk door Allah geschapen waren. Volgens Darwin hadden
alle levende wezen een gemeenschappelijke voorouder en onderscheidden
zij zich in de loop der tijd door kleine veranderingen.
De theorie van Darwin is niet op concrete wetenschappelijke vondsten
gebaseerd; zoals hij zei, was het slechts een 'aanname' een 'veronderstelling'.
Verder bekent Darwin in het lange hoofdstuk van zijn boek, getiteld 'Moeilijkheden
van de theorie', dat de theorie faalde in het geven van antwoord op veel
kritische vragen.
Darwin vestigde al zijn hoop op de nieuwe wetenschappelijke ontdekkingen
waarvan hij dacht dat die 'de moeilijkheden van de theorie' zouden oplossen.
Maar in tegenstelling tot zijn verwachtingen, vergrootten de wetenschappelijke
ontdekkingen de dimensie van deze moeilijkheden.
De nederlaag van het Darwinisme ten opzichte van de wetenschap kan in
drie basisonderwerpen worden herzien:
1) De theorie kan op geen enkele wijze verklaren hoe het leven op aarde
is ontstaan.
2) Er is geen wetenschappelijk bewijs dat aantoont dat de 'evolutionaire
mechanismen' waar de theorie vanuit gaat, enige kracht hebben, om hoe
dan ook te evolueren.
3) Het archief van fossielen bewijst volledig het tegenovergestelde van
de veronderstellingen, waar de evolutietheorie van uitgaat.
In dit gedeelte zullen we een algemeen overzicht van deze drie basispunten
geven.
De eerste onneembare stap: De oorsprong van het leven
De evolutietheorie veronderstelt dat alle levende soorten zich uit n
enkele cel hebben ontwikkeld, een cel die 3,8 miljard jaar geleden op
de primitieve aarde verscheen. Er zijn een aantal vragen die de theorie
niet kan beantwoorden, n.l., hoe kon, als deze evolutie echt heeft plaats
gevonden, uit n enkele cel, miljoenen vormen van complex levende soorten
voortkomen, waarom zijn er geen sporen in het fossielenarchief gevonden?
Maar het belangrijkste van de eerste stap van dat vermeende evolutionaire
proces is te vragen: hoe deze 'eerste cel' is ontstaan.
Aangezien de evolutietheorie de schepping ontkent en geen enkele vorm
van bovennatuurlijke inmenging accepteert, houdt het vol dat de 'eerste
cel' door toeval binnen de wetten van de natuur, zonder ontwerpplan of
regeling, is ontstaan. Volgens de theorie zou uit anorganische stof, door
het toeval, een levende cel gevormd zijn. Dit is echter een bewering die
zelfs de meest onkwetsbare regels van de biologie geweld aandoet.
"Het leven komt voort uit het leven."
In zijn boek verwijst Darwin nooit naar de oorsprong van het leven. Het
primitieve begrip van de wetenschap in zijn tijd baseert zich op de aanname
dat levende wezens uit een heel eenvoudige structuur bestonden. Sinds
de middeleeuwen was spontane voortplanting een theorie die er van uitgaat
dat anorganisch materiaal samenkomt en leven vormt, algemeen geaccepteerd.
Men geloofde toen, in het algemeen, dat insecten uit voedselresten voortkwamen
en muizen uit graan. Interessante experimenten werden uitgevoerd om deze
theorie te bewijzen. Er werd wat graan in een vies stukje doek gelegd,
men geloofde dat er na verloop van tijd muizen uit zouden voortkomen.
Ook de ontwikkeling van wormen, in vlees, werd als bewijs voor de 'spontane
voortplanting', aangenomen. Pas een tijd later begreep men dat wormen
niet spontaan uit vlees voortkwamen, maar dat deze door vliegen, in de
vorm van larven, vervoerd werden, larven die onzichtbaar waren voor het
blote oog.
Zelfs in de periode dat Darwin 'The Origin of Species' schreef, was in
de wetenschappelijke wereld, het geloof dat bacterin uit niet levend
materiaal voortkwamen, wijdverspreid geaccepteerd. Maar vijf jaar, nadat
het boek van Darwin was uitgegeven, ontzenuwde het werk van Louis Pasteur
deze veronderstellingen, waarop de evolutieleer gebaseerd was. Pasteur
vatte de conclusie die hij bereikte na tijdrovende experimenten en onderzoeken,
als volgt samen:
"De stelling, dat anorganisch materiaal leven kan
voortbrengen, is voorgoed geschiedenis geworden.."30
Lange tijd verwierpen de bepleiters van de evolutietheorie, de ontdekkingen
van Pasteur. Toen echter via ontwikkelingen in de wetenschap, de ingewikkelde
structuur van een levend wezen ontrafeld werd, raakte het idee, dat het
leven door het toeval tot stand was gekomen, in een nog grotere impasse.
Niet overtuigende inspanningen in de 20ste eeuw
De eerste evolutionist die zich in de twintigste eeuw
met het onderwerp van het ontstaan van het leven ging bezig houden, was
de beroemde Russische bioloog Alexander Oparin. Met verschillende theorien
die hij, in de dertiger jaren van de twintigste eeuw, naar voren bracht,
wilde hij het bewijs leveren dat de cel van een levend wezen door toeval
kon ontstaan. Maar deze studies waren gedoemd te mislukken en Oparin legde
de volgende bekentenis af: "Helaas blijft het ontstaan van de cel nog
een probleem en feitelijk is dit het meest duistere aspect van de hele
evolutietheorie."31
Evolutionistische volgelingen van Oparin probeerden experimenten uit
te voeren teneinde het probleem van het ontstaan van het leven op te lossen.
De bekendste experimenten zijn uitgevoerd door de Amerikaanse chemicus
Stanley Miller in 1953. In een experimentele opstelling combineerde hij
gassen, waarvan hij aannam dat ze in de oeratmosfeer van de aarde bestonden
en voegde aan het mengsel energie toe. Miller bracht de synthese van verschillende
organische moleculen (aminozuren) die in de structuur van protenen aanwezig
zijn, tot stand.
Een paar jaar later werd echter duidelijk dat dit experiment,
dat toen als een belangrijke stap in de naam van de evolutie werd gezien,
ongeldig was. De atmosfeer die in het experiment gebruikt werd, was heel
anders dan de werkelijke omstandigheden op aarde.32
Na een lange stilte bekende Miller dat de atmosfeer
in zijn experiment onrealistisch was.33
Alle evolutionaire inspanningen, om gedurende de gehele
20ste eeuw, de oorsprong van het leven te verklaren, eindigden
in een mislukking. De geo-chemicus Jeffrey Bada van het San Diego Scripps
Institute, accepteert dit feit in een artikel uitgegeven in Earth
Magazine in 1998:
Vandaag de dag, nu we de twintigste eeuw verlaten, hebben we nog steeds
te maken met het grootste onopgeloste probleem dat we hadden, toen we
de twintigste eeuw binnentraden: "Hoe is het leven op aarde ontstaan?"34
De ingewikkelde structuur van het leven
| 
Eén van de feiten die de evolutietheorie ongeldig maken
is de ongelooflijke ingewikkelde structuur van het leven. Het
DNA molecuul dat in de kernen van de cellen van levende wezens
zit, is hier een voorbeeld van. Het DNA molecuul is een soort
databank, gevormd door vier verschillende moleculen in verschillende
volgorden. Deze databank bevat de codes van alle fysieke eigenschappen
van dat levende wezen. Als het menselijke DNA op zou worden geschreven,
is er berekend dat het zou resulteren in een encyclopedie van
900 delen. Natuurlijk verwerpt deze buitengewone informatie het
concept van het toeval definitief.
|
De voornaamste reden waarom de evolutietheorie over de oorsprong van
het leven in een dergelijke grote impasse is geraakt, is dat zelfs het
eenvoudigste levende organisme nog een ongelooflijke ingewikkelde structuur
bevat. De cel van een levend wezen is ingewikkelder dan alle technologische
producten die door de mens zijn gemaakt. Zelfs vandaag de dag kan men,
in de meest ontwikkelde laboratoria ter wereld, middels het samenbrengen
van anorganisch materiaal, geen levende cel maken.
De voorwaarden die nodig zijn voor de vorming van een cel zijn te groot
in aantal om door toevalligheden weg te laten redeneren. De waarschijnlijkheid
dat protenen, de bouwstenen van de cel, toevallig tot synthese komen,
is voor een gemiddelde protene vervaardigd uit 500 aminozuren, 1 op 10950.
In de wiskunde wordt een waarschijnlijkheid die kleiner is dan 1 op 1050
als praktisch onmogelijk beschouwd.
Het DNA molecule dat zich in de kern van de cel bevindt en waarin de
genetische informatie is opgeslagen, is een ongelooflijke databank. Er
is berekend dat als de informatie die in DNA is opgeslagen op papier zou
worden gezet, dit een bibliotheek zou vormen bestaande uit een encyclopedie
van 900 delen, met ieder 500 pagina's.
Hier doet zich een interessant dilemma voor: het DNA kan zich alleen
vermenigvuldigen met behulp van een paar gespecialiseerde protenen
(enzymen). Maar de vorming van deze enzymen kan alleen verwezenlijkt
worden middels de informatie die in het DNA staat. Aangezien zij beiden
afhankelijk van elkaar zijn, moeten zij tegelijkertijd bestaan voor
de vermenigvuldiging. Dit brengt het scenario, dat het leven door zichzelf
wordt gevormd, op een dood punt. Prof. Leslie Orgel, een vermaard evolutionist
aan de Universiteit van San Diego, Californi bekende dit feit in september
1994, als een thema in het Tijdschrift Scientific American:
"Het is buitengewoon onwaarschijnlijk dat protenen
en nuclenezuren, die beiden een ingewikkelde structuur hebben, op dezelfde
plaats en op dezelfde tijd, zijn ontstaan. En dus zullen wij op het
eerste gezicht wel tot de conclusie moeten komen, dat het leven nooit
uit chemische middelen kan zijn ontstaan.35
Ongetwijfeld is het zo dat als het leven onmogelijk van natuurlijke oorsprong
kan zijn ontstaan we wel zullen moeten accepteren dat het leven is "geschapen"
op een bovennatuurlijke manier. Dit feit geeft overduidelijk weer dat
de evolutietheorie, die als zijn voornaamste doel heeft de schepping te
ontkennen, geen waarde heeft.
De denkbeeldige mechanismen van de evolutie
Het tweede belangrijke aspect dat de theorie van Darwin ontkracht, is
dat beide concepten die in de theorie als 'evolutionaire mechanismen'
naar voren worden gebracht, in werkelijkheid geen evolutionaire kracht
hebben.
Darwin baseerde zijn evolutionaire bewering volledig op het mechanisme
van de 'natuurlijke selectie'. Het belang dat hij hieraan hechtte, werd
duidelijk door de titel van zijn boek: "Het ontstaan der soorten door
middel van natuurlijke selectie
Natuurlijke selectie houdt in dat die levende wezens die sterker zijn
en meer geschikt voor de natuurlijke omstandigheden van hun woonomgeving,
in de strijd om het bestaan, zullen overleven. Bijvoorbeeld, als een kudde
herten door roofdieren wordt bedreigd, zullen die herten die sneller kunnen
rennen, het kunnen overleven. Daardoor zal de kudde herten worden samengesteld,
uit de snellere en sterkere individuen. Maar ongetwijfeld zal dit mechanisme
er niet toe bijdragen dat herten gaan evolueren en tot een ander soort
transformeren, zoals b.v. in paarden..
Daarom heeft het mechanisme van natuurlijke selectie geen evolutionaire
kracht. Darwin was zich hier ook bewust van en moest in zijn boek 'Het
ontstaan der soorten' wel verklaren:
"Natuurlijke selectie treedt niet op tenzij er zich
een gunstige kans voordoet."36
De invloed van Lamarck
Dus, hoe kunnen die gunstige kansen zich voordoen? Darwin
probeerde deze vraag, vanuit het primitieve wetenschappelijke standpunt
van zijn tijd, te beantwoorden. Volgens de Franse bioloog Lamark, die
voor Darwin leefde, geven levende wezens eigenschappen, die zij tijdens
hun leven verkregen hebben, door aan de volgende en deze accumulatie (opstapeling)
van de ene generatie op de andere, vormden nieuwe soorten. Volgens Lamark
hadden giraffen zich bijvoorbeeld, uit antilopen ontwikkeld; doordat zij
steeds probeerden de bladeren van hoge bomen te eten, werden hun nekken,
generatie na generatie, langer. Darwin beschreef soortgelijke voorbeelden
in zijn boek 'Het ontstaan der soorten'. Hij zei bijvoorbeeld, doordat
sommige beren in het water gaan om voedsel te zoeken, transformeerden
zij, in de loop der tijd, tot walvissen.37
Maar de wetten van de erfelijkheid, ontdekt door Mendel en bevestigd,
door de in de 20e eeuw ontluikende wetenschap van de genetica, hebben
de legende van het doorgeven van verworven eigenschappen aan volgende
generaties, volledig naar het rijk der fabelen verwezen. Dus de natuurlijke
selectie was, als evolutionair mechanisme, niet langer meer in de gunst.
Neo-Darwinisme en mutaties
Teneinde een oplossing te vinden, lanceerden Darwinisten aan het eind
van de dertiger jaren van de twintigste eeuw, de 'Moderne Synthetische
Theorie' of zoals hij beter bekend staat, het Neo-Darwinisme. Het Neo-Darwinisme
voegde mutaties, dit zijn misvormingen in de genen van levende wezens,
veroorzaakt door externe factoren- zoals straling of fouten in de vermenigvuldiging-,
toe als oorzaak van gunstige variaties, als aanvulling op natuurlijke
mutaties.
Tegenwoordig hebben we het Neo-Darwinisme als model voor de evolutie.
De theorie houdt vol dat miljoenen levende wezens die op aarde aanwezig
zijn, gevormd werden als resultaat van een proces waarbij talloze ingewikkelde
organen van deze wezens, zoals oren, ogen, longen en vleugels, mutaties
(d.w.z. genetische fouten) zijn ondergaan. Maar er is een duidelijk wetenschappelijk
feit dat deze theorie volledig ondermijnd. Mutaties zorgen er niet voor
dat levende wezens zich ontwikkelen, in tegendeel, ze doen ze altijd kwaad.
De reden hiervoor is heel eenvoudig; het DNA heeft een heel ingewikkelde
structuur en willekeurige veranderingen kunnen het alleen maar schade
toebrengen. De Amerikaanse geneticus B.G. Ranganathan legt dit als volgt
uit:
Mutaties zijn klein, willekeurig en schadelijk. Ze
komen maar sporadisch voor en het beste is als zij geen effect hebben.
Deze vier eigenschappen van mutaties houden in dat mutaties niet naar
evolutionaire ontwikkeling kunnen leiden. Een willekeurige verandering
in een hoog gespecialiseerd organisme is of ineffectief of schadelijk.
Een willekeurige verandering in een horloge kan het horloge niet verbeteren.
Waarschijnlijk beschadigt het of is op z'n best zonder effect.. Een
aardbeving verbetert een stad niet, het vernietigt het.38
Het is dan ook niet verbazingwekkend dat er tot nu toe nog geen voorbeeld
van een nuttige mutatie gezien is, dat wil zeggen een mutatie die een
ontwikkeling in de genen bewerkstelligt. Van alle mutaties is bewezen
dat zij schadelijk zijn. Nu kan men begrijpen dat mutaties, die als evolutionair
mechanisme gepresenteerd worden, eigenlijk een genetische uiting zijn
die levende wezens schade toebrengen, en ze mismaakt maken. (Het bekendste
effect van mutatie bij mensen is kanker). Ongetwijfeld kan zo'n vernietigend
mechanisme onmogelijk een 'evolutionair mechanisme' zijn. Natuurlijke
selectie aan de andere kant, kan, zoals Darwin het accepteerde, niets
uit zichzelf doen. Dit feit toont ons dus aan dat er in de natuur geen
'evolutionaire mechanismen bestaan. En omdat er geen evolutionaire mechanismen
bestaan kan ook het denkbeeldige proces wat evolutie genoemd wordt, niet
plaatsvinden.
| ALLE
MUTATIES ZIJN SCHADELIJK
 

Een normale fruitvlieg (drosofila). Rechts een fruitvlieg waarbij
de poten uit het hoofd komen; een mutatie die door straling veroorzaakt
is.
Een vreselijk effect van mutaties
op het menselijk lichaam. Het jongetje links is een slachtoffer
van het nucleaire ongeluk bij de kerncentrale van Tsjernobyl.
|
Het fossielenarchief: Geen teken van tussenvormen
Het duidelijkste bewijs, dat het door de evolutietheorie gesuggereerde
scenario niet heeft plaats gevonden is het fossielenarchief..
Volgens de evolutietheorie stamt elke levende soort van een voorganger
af. Een voorafgegane levende soort veranderde in de loop der tijd in iets
anders, en alle soorten zijn op die manier ontstaan. Volgens de theorie
gaat de overgang geleidelijk, gedurende miljoenen jaren.
Als dit het geval was geweest dan zouden er tallozen tussensoorten moeten
hebben bestaan en tijdens deze lange overgangsperiode geleefd hebben.
Bijvoorbeeld, er zouden in het verleden wat halfvis-half reptielen geleefd
moeten hebben die een aantal kenmerken van de reptielen gehad moesten
hebben naast de kenmerken van vissen die ze al hadden. Of er hadden reptielvogels
bestaan moeten hebben die bij de kenmerken van de reptielen die ze al
hadden nog kenmerken van vogels kregen. Want dit zou een overgangsfase
zijn, het zouden verminkte, onvolledige, kreupelen levende wezens zijn.
Evolutionisten verwijzen naar deze denkbeeldige schepselen, waarvan zij
geloven dat die in het verleden geleefd moeten hebben, als de 'tussenvormen'.
Als dit soort dieren echt geleefd zouden hebben dan zouden er miljoenen
zo niet miljarden van hen moeten zijn, in verschillende aantallen en soorten.
En wat nog belangrijker is, de overblijfselen van deze vreemde soorten
zouden in het fossielenarchief aanwezig moeten zijn. In 'Het ontstaan
der soorten' legt Darwin uit:
"Als mijn theorie waar is, zouden talloze tussenvormen
die de naasten van de soorten van verschillende groepen met elkaar verbonden,
beslist moeten hebben bestaan Daarom kan het bewijs van hun vroegere
bestaan, alleen in de overblijfselen van de fossielen gevonden worden.39
De hoop van Darwin is tevergeefs
Maar, hoewel evolutionisten geweldige inspanningen hebben geleverd om,
sinds het midden van de negentiende eeuw, overal ter wereld fossielen
te vinden, zijn er nog geen tussenvormen ontdekt. Alle fossielen, die
in opgravingen naar boven kwamen, laten zien, in tegenstelling tot de
verwachting van de evolutionisten, dat het leven op aarde, plotseling
en compleet gevormd, verscheen.
Een beroemde Britse paleontoloog, Derek V. Ager, geeft hoewel hij een
evolutionist is dit feit toe.
"Het punt wordt duidelijk, dat als we het fossielenarchief
gedetailleerd bestuderen, op het niveau van de rangschikkingen van soorten,
vinden we, steeds weer opnieuw, niet een geleidelijke evolutie maar
een plotselinge explosie van n groep ten koste van een andere.40
Dit betekent dat in het fossielenarchief, alle levende soorten plotseling
verschenen, terwijl ze compleet gevormd waren, zonder dat er tussendoor
sprake was van tussenvormen. Dit is precies tegengesteld aan de veronderstellingen
van Darwin. Het is ook een sterk bewijs dat de levende wezens geschapen
zijn. De enige uitleg, dat levende soorten opeens en tot op het detail
volledig verschenen, zonder evolutionaire voorouder, is dat deze soorten
geschapen zijn. Dit feit werd ook door de beroemde evolutionaire bioloog
Douglas Futuyma toegegeven:
"Alle mogelijke verklaringen voor de oorsprong van
levende wezens, tussen schepping en evolutie, raken uitgeput. Organismen
verschenen op deze wereld, of volledig ontwikkeld, of onvolledig. Als
dat niet zo was, dan moeten de organismen zich uit eerder bestaande
soorten door n of ander proces van verandering, hebben ontwikkeld.
Als ze in volledig ontwikkelde staat zijn verschenen, dan moeten zij
inderdaad door de n of andere "oppermachtige" intelligentie geschapen
zijn.41
De fossielen laten zien dat levende wezens, volledig ontwikkeld en in
een perfecte staat, op de aarde verschenen. Dit houdt in dat 'de oorsprong
der soorten' in tegenstelling tot de veronderstellingen van Darwin, de
schepping is en niet de evolutie.
Het verhaal van de menselijke evolutie
Het verhaal dat het meest door de verdedigers van de evolutietheorie
verteld wordt, is het onderwerp van de oorsprong van de mens. De darwinisten
huldigen het standpunt dat de huidige moderne mens uit een soort aapachtig
wezen is ontstaan. Zij stellen dat tijdens dit zogenaamde evolutionaire
proces, waarvan men denkt dat het 4 tot 5 miljoen jaar geleden begon,
zich tussen de moderne mens en zijn voorouders een aantal 'tussenvormen'
bevonden. Aan de hand van dit volledig denkbeeldige, scenario wordt er
een lijst gemaakt van de vier basiscategorien:
1) Australopithecus
2) Homo habilus
3) Homo erectus
4) Homo sapiens
Evolutionisten noemen de zogenaamde eerste aapachtige
voorouders van de mens 'Australopithecus'; dat betekent Zuidelijke Afrikaanse
aap. Deze levende wezens zijn eigenlijk niets anders dan een oude apensoort,
die nu is uitgestorven. Er is door twee wereldberoemde anatomen uit Groot-Brittanni
en de Verenigde Staten, namelijk Lord Solly Zuckerman en Prof. Charles
Oxnard diepgaand onderzoek uitgevoerd onder de verschillende soorten Australopithecus;
hieruit bleek dat het een gewone apensoort betrof, die is uitgestorven
en geen gelijkenis met de mens vertoonde.42
Evolutionisten classificeren het volgende stadium van
de menselijke evolutie als 'homo' dat betekent 'mens'. Volgens de evolutionaire
veronderstelling, zijn de levende wezens in de homoserie verder ontwikkeld
dan de Australopithecus. Evolutionisten ontwerpen een merkwaardig evolutionair
schema door de verschillende fossielen van deze wezens op een bepaalde
manier te rangschikken. Dit is een denkbeeldig schema, want het is nooit
bewezen dat er een evolutionaire relatie bestaat tussen deze verschillende
klassen. Ernst Mayr, n van de belangrijkste verdedigers van de evolutietheorie
in de twintigste eeuw, geeft dit feit toe en zegt dat "de keten tot aan
de Homo sapiens, in feite zoek is."43
Door het schetsen van de verbindingsketen, zoals Australopithecus
> Homo habilis> Homo erectus> Homo sapiens , impliceren evolutionisten
dat elk van deze soort de voorouder van de ander is. Maar recente vondsten
van paleoantropologen hebben onthuld dat de Australopithecus, Homo habilis
en Home erectus in verschillende delen van de wereld, maar in dezelfde
periode leefden.44
Bovendien heeft een bepaald deel van de mensachtigen,
geclassifiseerd als Homo erectus, geleefd tot de modernste tijd. Homo
sapiens neanderthalensis en Homo sapiens sapiens (de moderne mens) hebben
in hetzelfde gebied naast elkaar geleefd.45
Deze situatie geeft duidelijk weer dat de bewering dat zij voorouders
van elkaar zijn, niet op gaat. Een paleontoloog van de Harvard University,
Stephen Jay Gould, hoewel zelf een evolutionist, legt deze impasse van
de evolutietheorie als volgt uit:
"Wat is van onze evolutionaire ladder overgebleven,
als drie bestaande afstammelingen van de mensachtigen (A. Africanus,
de Robust Australopithecines en H. Habilis) niet duidelijk van elkaar
afstammen? Bovendien vertonen geen van de drie enige evolutionaire ontwikkeling
tijdens hun verblijf op aarde.46
Kortom, het scenario van de menselijke evolutie, dat men in stand tracht
te houden middels talloze tekeningen van wat "half aap half mensachtige"
wezens die in de media en lesboeken verschijnen en wat eigenlijk niets
anders is dan een middel tot propaganda, is niet meer dan een verhaal
zonder wetenschappelijke basis.

Er zijn geen fossielenresten die het verhaal van de menselijke
evolutie ondersteunen.In tegendeel, het fossielenarchief laat
zien dat er een onneembare scheidingslijn tussen mensen en apen
is. Met deze waarheid in het achterhoofd, vestigen evolutionisten
hun hoop op bepaalde tekeningen en modellen. Ze plaatsen willekeurig
maskers op fossielenresten en vormen denkbeeldige half- aap half
menselijke gezichten. |
Lord Solly Zuckerman, n van de beroemdste en meest gerespecteerde wetenschappers
van Groot-Brittanni, die gedurende vele jaren onderzoek heeft gedaan
naar dit onderwerp en wel in het bijzonder, gedurende vijftien jaren,
naar de fossielen van de Australopithecus, concludeerde tenslotte, ondanks
het feit dat hij zelf een evolutionist was, dat er in feite geen stamboom
van de aapachtige wezens tot de mens bestaat.
Zuckerman heeft ook een interessant "spectrum van de wetenschap" gemaakt.
Hij stelde een spectrum van wetenschappen op en rangschikte wetenschappen
naar wat hij beschouwde als wetenschappelijk en als niet-wetenschappelijk.
Volgens het spectrum van Zuckerman, zijn de wetenschappen van de chemie
en natuurkunde, afhankelijk van concrete informatie, de meest "wetenschappelijke"
terreinen. Daarna komen de biologische wetenschappen en tenslotte de sociale
wetenschappen. Helemaal aan het einde van het spectrum, beschouwd als
het deel dat het "minst wetenschappelijk" is, zien we de concepten van
de bovennatuurlijke waarnemingen, zoals telepathie en het zesde zintuig
en tenslotte de 'menselijke evolutie'. Zuckerman legt zijn beredenering
als volgt uit:
"Als we het gebied van de objectieve waarheid verlaten,
komen we terecht in die terreinen van veronderstelde biologische wetenschap,
zoals bovennatuurlijke waarneming of de interpretatie van de fossiele
geschiedenis van de mens, waar volgens de trouwe (evolutionist) alles
mogelijk is - en waar de oprechte gelovige (in de evolutie) soms in
staat is om, tegelijkertijd, in verschillende tegenstrijdige zaken te
geloven.47
De fabel van de menselijke evolutie, blijkt niets anders te zijn dan
de vooringenomen interpretaties van enkele opgegraven fossielen., door
een aantal mensen die hun eigen theorie blindelings volgen.
De technologie van het oog en het oor
Een ander onderwerp dat door de evolutietheorie onbeantwoord blijft,
is de uitmuntende kwaliteit van de waarneming door het oog en het oor.

Als we het oog en het oor met camera's en met instrumenten voor
geluidsopnamen vergelijken, zien we dat het oog en het oor veel
complexer, functioneler en beter zijn dan die technologische producten.
|
Laten we, voordat we doorgaan met het onderwerp van het
oog, proberen kort antwoord te geven op de vraag " hoe wij zien". Lichtstralen,
afkomstig van een object, vallen in spiegelbeeld op de retina (netvlies)
van het oog. Hier worden deze lichtstralen door cellen omgezet in elektrische
signalen en deze bereiken een kleine plek achter in de hersenen dat het
gezichtcentrum wordt genoemd. Deze elektrische signalen worden, na een
serie van processen, in dit hersencentrum als afbeelding waargenomen.
Met deze technische achtergrond in ons hoofd, kunnen we het n en ander
overdenken.
De hersenen zijn uitgesloten van licht. Dat betekent dat het in de hersenen
pikdonker is, en dat licht de plek, waar de hersenen zich bevinden, niet
bereikt. De plaats, genaamd het gezichtscentrum, is een pikdonkere plek
waar geen licht kan komen; het kan zelfs de donkerste plek zijn die u
ooit heeft gekend. Maar u neemt in deze pikdonkere duisternis een heldere,
lichte wereld, waar. Het beeld dat in het oog gevormd wordt, is zo scherp
en duidelijk, dat zelfs de technologie van de 20ste eeuw het
niet kan evenaren. Kijk bijvoorbeeld eens naar het boek dat u leest, naar
de handen die het vasthouden, til dan uw hoofd op en kijk om u heen. Heeft
u ooit, ergens anders, een dergelijk scherp en duidelijk beeld, als dit,
gezien? Zelfs het best ontwikkelde televisiebeeldscherm, gemaakt door
de grootste televisieproducent ter wereld, kan u niet voorzien in een
dergelijk scherp beeld. Dit is een driedimensionaal, een gekleurde en
een buitengewoon scherpe afbeelding. Meer dan honderd jaar lang hebben
duizenden ingenieurs geprobeerd om deze scherpte te bereiken. Voor dit
doel werden fabrieken en kolossale zaken opgericht, werd er veel onderzoek
gedaan en werden er plannen en ontwerpen gemaakt. Kijk opnieuw naar een
tv-beeldscherm en het boek dat u in uw handen vasthoudt. U zult een groot
verschil in scherpte en in onderscheiding waarnemen. Verder geeft het
tv-beeldscherm u slechts een tweedimensionale afbeelding terwijl u met
uw ogen kijkt naar een driedimensionaal perspectief.
Jarenlang hebben tienduizenden ingenieurs geprobeerd om een driedimensionale
tv te maken, die zich kan meten met de zichtkwaliteit van het oog. Ja,
ze hebben een driedimensionaal televisiesysteem gemaakt, maar het is onmogelijk
daarnaar te kijken zonder een bril op te zetten, bovendien is het slechts
een kunstmatige derde dimensie. De achtergrond is vager en de voorgrond
lijkt op een papieren ontwerp. Het is nooit mogelijk geweest om een scherp
en duidelijk beeld te krijgen zoals dat van een oog. In zowel de camera
als de televisie is er verlies van beeldkwaliteit.
Evolutionisten beweren dat het mechanisme, dat dit scherpe en duidelijke
beeld produceert, door het toeval gevormd is. Wat zou u denken, als iemand
u zou vertellen dat de televisie in uw kamer slechts het resultaat van
toeval was, dat al haar atomen "toevallig" samenkwamen en daardoor dit
ontwerp, dat een beeld produceert, vormde? Hoe kunnen atomen doen wat
duizenden mensen niet kunnen doen?
Als een ontwerp, een primitiever beeld produceert dan dat het oog doet,
dan kan dat niet door toeval gemaakt zijn, dan is het heel duidelijk dat
het oog en het beeld dat het oog waarneemt, niet door toeval gemaakt zijn.
Hetzelfde geldt voor het oor. Het buitenoor vangt de beschikbare geluiden
op via de oorschelp en leidt het naar het middenoor; het middenoor versterkt
deze geluidsgolven en brengt ze over naar het binnenoor; het binnenoor
stuurt deze vibraties naar de hersenen door het te vertalen in elektrische
signalen. Net als bij het oog, eindigt de actie van het horen tenslotte
in het gehoorcentrum in de hersenen.
De situatie die voor het oog geldt, geldt ook voor het oor. Dat wil zeggen
dat de hersenen volledig voor geluid, net als voor licht, zijn afgesloten;
er komt geen geluid door. Daarom is er in de hersenen, hoe lawaaierig
het buiten ook is, complete stilte. Echter, de scherpste geluiden worden
door de hersenen waargenomen. In uw hersenen, die voor het geluid zijn
afgesloten, luistert u naar symfonien van een orkest, en hoort u al het
geluid op een drukke plek. Als echter op dat moment, het geluidsniveau
in uw hersenen door een nauwkeurig instrument gemeten zou worden, zal
er worden gezien dat daar volledige stilte aanwezig is.
Net als in het geval van afbeeldingen, zijn er tientallen jaren aan inspanning
aan vooraf gegaan teneinde te proberen een geluid voort te brengen dat
op het origineel lijkt. Het resultaat van deze inspanningen zijn geluidsrecorders
hifi systemen en systemen om geluid waar te nemen. Ondanks alle technologie
en de duizenden ingenieurs en experts die op dit terrein werkzaam zijn
geweest, is er nog geen geluid verkregen wat dezelfde scherpte en helderheid
heeft als het geluid dat door het oor wordt waargenomen. Denk eens aan
de hoogste kwaliteit hifi systemen die door de grootste ondernemingen
in de muziekindustrie zijn geproduceerd. Zelfs in deze apparaten, is er
een bepaald verlies als er geluid wordt opgenomen; of als u uw hifi aanzet,
hoort u altijd eerst een sissend geluid voordat de muziek begint. De geluiden
die het product zijn van de technologie van het menselijk lichaam zijn
echter altijd bijzonder helder en scherp. Een menselijk oor neemt nooit
een geluid waar dat door een sissend geluid wordt begeleid of met ruis
zoals de hifi dat heeft; het neemt het geluid waar zoals het is; helder
en scherp. Zo is het sinds de schepping van de mens. Tot dusver is geen
enkel visueel- of opnameapparaat, dat door de mens is gemaakt, zo gevoelig
en zo succesvol in het waarnemen van informatie, als het oog en het oor
dat zijn.
Maar naast het zien en het horen is hier een ander, nog belangrijker
feit.
Aan wie behoort het bewustzijn dat in de hersenen ziet en hoort?
Wie is het die de verleidelijke wereld in de hersenen ziet, naar symfonien
en naar het getjilp van de vogels luistert, en de roos ruikt?
De stimulans die van de ogen, oren en de neus van de mens komen, reizen
als electro-chemische zenuwimpulsen naar de hersenen. In biologie- fysiologie-
en biochemieboeken kunt u vele details vinden over hoe deze beelden in
de hersenen worden gevormd. Maar u zult nooit het belangrijkste feit over
dit onderwerp aantreffen. Wie is degene die deze electro-chemische zenuwimpulsen
waarneemt zoals beelden, geluiden, geuren en zintuiglijke gebeurtenissen
in de hersenen. Er is een bewustzijn in de hersenen dat alles waarneemt,
zonder dat daar een oog, een oor of een neus, voor nodig is. Aan wie behoort
dit bewustzijn? Ongetwijfeld behoort dit bewustzijn niet tot de zenuwen,
tot de vetlaag en tot de neuronen die de hersenen vormen. Dit is dan ook
de reden waarom darwinistische materialisten, die geloven dat alles uit
materie bestaat, op deze vragen geen antwoord kunnen geven. Want dit bewustzijn
is de geest die door Allah is geschapen. De geest heeft noch het oog nodig
om beelden waar te nemen, noch het oor om geluiden te horen. Zelfs, heeft
het de hersenen niet nodig, om te denken.
Iedereen die dit duidelijke en wetenschappelijke feit leest, zou over
de Almachtige, Allah, moeten nadenken, zou Hem moeten vrezen en zou zijn
toevlucht bij Hem moeten zoeken. Hij is degene Die het hele universum
samendrukt, in een pikdonkere plaats van een paar kubieke centimeter en
in een driedimensionale, gekleurde, schaduwrijke en verlichtende vorm.
Een materialistisch geloof
De informatie die we tot dusver gepresenteerd hebben, laat zien dat de
evolutietheorie een bewering is die duidelijk van de wetenschappelijke
vondsten afwijkt.
De beweringen van de theorie m.b.t. het ontstaan van het leven wijken
af van de wetenschap, het evolutionaire mechanisme dat het voorstelt heeft
geen evolutionaire kracht. Aldus behoort de evolutietheorie beslist als
een niet-wetenschappelijk idee terzijde geschoven te worden. Gedurende
de geschiedenis zijn op deze manier veel ideen, zoals bijvoorbeeld het
model van het universum waarbij de aarde het middelpunt was, van de wetenschappelijke
agenda verdwenen. De evolutietheorie wordt echter nadrukkelijk gehandhaafd
op de agenda van de wetenschap. Sommige mensen proberen de kritiek op
de theorie, af te schilderen als 'een aanval op de wetenschap". Waarom?
De reden hiervoor is dat de evolutietheorie in sommige kringen een onmisbaar
dogmatisch geloof is. Deze kringen zijn blindelings toegewijd aan de materialistische
filosofie en adopteren het Darwinisme als de enige materialistische uitleg
van de werking van de natuur, die naar voren gebracht kan worden. Interessant
is het, dat zij dit van tijd tot tijd ook bekennen. Een bekend geneticus
en uitgesproken evolutionist, Richard C. Lewontin van de Harvard Universiteit,
bekent dat hij ' in de eerste plaats en vooral een materialist is en dan
pas een wetenschapper. Hij zegt:
"Het is niet zo dat de methoden en de wetenschappelijke
instituten ons op de n of andere manier dwingen slechts een materialistische
uitleg van de fenomenale wereld te geven, in tegendeel, we worden door
onze vooringenomenheid m.b.t. materile zaken, aangezet om een onderzoeksmiddel
en serie concepten te produceren, die materiele uitleg geven, ongeacht
hoe deze tegen onze intutie ingaan, ongeacht hoe geheimzinnig dit voor
niet-ingewijden is. Maar het materialisme is absoluut, daarom kunnen
wij het niet toestaan dat een Goddelijke Voet tussen de deur gezet wordt."48
Dit zijn duidelijke uitspraken dat het darwinisme een dogma is dat in
leven wordt gehouden om de materialistische filosofie te ondersteunen.
Dit dogma houdt vol dat er geen wezen is behalve materie. Daarom beweert
het dat anorganische, onbewuste materie het leven heeft geschapen. Het
houdt vol dat miljoenen verschillende levende soorten: bijvoorbeeld, vogels,
vissen, giraffen, tijgers, insecten, bomen, bloemen, walvissen en de mens,
het resultaat zijn van interactie tussen materie, zoals stromende regen,
een bliksemflits etc., uit anorganisch materiaal. Dit is een opvatting
die tegen het verstand en tegen de wetenschap ingaat. Maar darwinisten
blijven het verdedigen alsof zij 'geen Goddelijke Voet tussen de deur'
toelaten.
Iedereen die zonder materialistisch vooroordeel naar de oorsprong van
levende wezens kijkt, zal de duidelijke waarheid zien: alle levende wezens
zijn het werk van een Schepper, De Almachtige, de Alwijze en de Alwetende.
Deze Schepper is Allah, Die het hele universum uit het niet-bestaan geschapen
heeft, het ontworpen heeft in de beste vorm en alle levende wezens heeft
gevormd:
"Verheerlijkt bent U, wij hebben geen kennis
behalve van wat U ons onderwezen heeft.
U bent de Alwetende, de Alwijze.
(Qoer-aan Soerat al-Baqara: 32)
|